Poëtica

Pablo Neruda schreef in 1935 in het Madrileense tijdschrift Caballo verde para la poesía een stuk getiteld ‘Over een poëzie zonder zuiverheid’. Eenieder die zich afvraagt in welke poëtica ik mij herken, verwijs ik naar dit prachtige citaat:

“Zo moet de poëzie die wij zoeken eruitzien: aangevreten als door een zuur door wat een mens om handen heeft, doortrokken van zweet en rook, riekend naar urine en lelie, besmeurd door al die beroepen die binnen of buiten het kader van de wet worden uitgeoefend. Een onzuivere poëzie, als een kostuum, als een lichaam, met vlekken van voedsel en beschamende handelingen, met rimpels, waarnemingen, dromen, waken, profetieën, verklaringen van liefde en haat, beesten, schokken, idylles, politieke overtuigingen, ontkenningen, twijfels, bevestigingen, belastingen. De sacrale wet van het madrigaal en de decreten van tastzin, reuk, smaak, gezicht, gehoor, het verlangen naar rechtvaardigheid, het seksuele verlangen, het geruis van de oceaan, zonder ook maar iets opzettelijk uit te schakelen, zonder ook maar iets opzettelijk te aanvaarden, de intrede in de diepte der dingen met een daad van onbesuisde liefde.”

En hoe staat dit in verhouding tot het leven van de dichter? Daarvoor verwijs ik naar Emile Verhaeren:

verhaeren-plonge

Advertenties